‘Er is flink wat beweging gekomen in de zitvolleybalwereld’

Begin 2014 startten we de verhalenserie op zitvolleybal.com met een interview over Joze Banfi, de pater familias van de zitvolleybalwereld. Begin 2015 evalueren we met Elvira Stinissen, aanvoerder van het Nationaal damesteam, beleidscoördinator zitvolleybal bij Nevobo, beleidsmedewerker sport op het ministerie van VWS en sinds 2014 ook nog verkozen tot vice-voorzitter van de Atletencommissie van het Internationaal Paralympisch Comité (IPC). Hoe kijkt zij vanuit haar positie naar zitvolleybal? Heeft de sport in 2014 terrein gewonnen? En welke ambities zijn er voor 2015?

Nieuw leven in zitvolleybal

Elvira Stinissen

‘Ik denk dat we trots kunnen zijn op alle activiteiten afgelopen jaar’, zegt Elvira. ‘Je ziet op verschillende terreinen dat zitvolleybal nieuw leven is ingeblazen. Ik vind dat echt tof om te zien.’ Zo’n kleine twee jaar geleden was zitvolleybal nog een discussiestuk op de agenda van de Nevobo. Zit er nog groei in de sport, zijn er voldoende enthousiaste verenigingen die de kar willen trekken? Het antwoord was twijfelachtig ‘ja’. Elvira kreeg in mei 2013 twee jaar lang een dag in de week de kans om zitvolleybal structureel op de kaart te zetten.

Successen in 2014

Elvira_WillemHet vertrouwen van Nevobo heeft zijn vruchten afgeworpen. ‘Wie had ooit gedacht dat we in zo’n korte tijd een nieuwe competitievorm zouden opzetten, naast de huidige competitie?’ En dat was niet het enige succes, Elvira kan er zo nog een paar opsommen:

» ‘De steun van de Johan Cruijf Foundation, meteen in 2013, was fantastisch. Daardoor konden we zitvolleybal ook onder de aandacht brengen bij de jeugd.
» Het aantal verenigingen is toegenomen. Ook teams die deel uitmaken van een reguliere volleybalvereniging, een constructie die goed blijkt te werken.
» In 2014 kregen we een tweede sponsor die ons wilde steunen. De Dirk Kuijt Foundation sloot zich aan als partner van het NK Zitvolleybal.
» Het Nationale vrouwenteam kreeg er spelers bij na een succesvolle wervingsactie, en het mannenteam gaat er volle bak voor met een nieuwe sponsor.
» De bondscoaches Pim Scherpenzeel en Hans Mater gaan vol enthousiasme aan de slag met de nationale teams en proberen de verbinding te leggen met de breedtesport.
» Versterking in het BAT-zitvolleybal.
» En ook de start van deze site was er zonder alle vrije uurtjes van mijn man Willem en de steun van de gemeente Den Haag nooit gekomen.’

Dipmomentje in de zomer

Was het allemaal halleluja afgelopen jaar? Het antwoord is een langgerekte ‘nee’. ‘Het is ook heel hard werken. En ik ben altijd superpositief, maar in de zomer had ik wel even een dipmomentje. We hadden net de nieuwe competitie opgezet met een eerste en tweede divisie, ook omdat verenigingen hadden aangegeven dat ze dat een goed plan vonden, en toen schreven maar heel weinig teams zich in. Ik begreep daar niks van. We willen toch allemaal een succes maken van deze sport? En het competitie-element maakt de sport veel aantrekkelijker.’ Gelukkig merkt Elvira dat ze op zulke momenten niet alleen de kar hoeft te trekken. ‘Robin de Haan van Spaarnestad zette zijn schouders eronder en zorgde in samenwerking met de Nevobo voor de nieuwe competitievorm. Vooral voor startende teams een mooie manier om te gaan zitvolleyballen! Ook als je team niet compleet is, vinden we met elkaar wel oplossingen. En Karin Harmsen en nationale teamspeler Marieke de Ruijter pakken samen de jeugdtrainingen op voor jonge enthousiastelingen zoals Niels en Siebe. Hoe tof is dat?’

Ambities voor 2015Slider_zitvolleybal _inspireageneration

Conclusie: er is flink wat beweging gekomen in de zitvolleybalwereld. ‘De start is er’, vindt Elvira, ‘maar we zijn er nog lang niet.’ In mei 2015 loopt de opdracht bij Nevobo af, dus is het weer tijd om de balans op te maken. ‘Met de groei naar vier regiocoördinatoren hebben we een stevige basis en zijn er in heel Nederland aanspreekpunten en kartrekkers. Ik hoop dat we van daaruit verder kunnen bouwen. Aan een structurele vorm voor zitvolleybal bij bijvoorbeeld revalidatiecentra en mytylscholen. Aan nog meer verenigingen die aanhaken bij reguliere volleybalverenigingen. En ook aan een structurele plek bij Nevobo. Het zou mooi zijn als een medewerker zich 12 tot 16 uur per week inzet voor de sport. Van mij mag het ook iemand worden die zich inzet voor meerdere sporten. Je kunt dan veel beter van elkaar leren en profiteren. En ik hoop dat de verenigingen zo enthousiast blijven als ze nu zijn. Het is belangrijk dat ook de zitvolleyballers in Nederland zich blijven inzetten voor de sport. Alleen gezamenlijk gaan we hier echt een succes van maken!’

NK en dan EK

Elvira zou bijna vergeten dat ze op de eerste plaats topsporter is. ‘Mijn eigen ambities voor zitvolleybal? Het EK in september 2015 natuurlijk en daarna naar Rio in september 2016. Maar dan moeten we ons dus wel kwalificeren. Op het EK in september of de Intercontinental Cup in het voorjaar van 2016.’

Nieuwe zitvolleybal competitie mogelijkheden

Op zaterdag 29 november organiseert volleybalvereniging Allvo het eerste toernooi in de Waterwijksporthal in Almere, aanvang 13.00 uur

Een spelersverhaal: Iedereen wilt gewoon lekker kunnen spelen
“Ik voelde deze prikkel al zo’n 15 jaar maar ondanks enkele pogingen vond ik nooit een sport die bij mij paste. Sinds mijn zestiende heb ik een beperking aan mijn linkerbeen waardoor veel reguliere sporten niet geschikt voor mij zijn. Een paar jaar geleden verhuisde ik naar Almere en kwam ik eindelijk een sport tegen waarvan ik dacht: hee, dat kàn ik! Althans… dat kan ik leren. Leren, ja. Want ik had nog nooit serieus een volleybal aangeraakt of ook maar ooit een balsport uitgeoefend. Die paar pogingen bij gymnastiek bijna twee decennia geleden tellen we maar even niet mee.

En dan stuiter je tegen een probleem die meer beginnende zitvolleyballers ervaren: je gaat als complete leek meetrainen in een team met enorme niveauverschillen: van internationale ervaring tot net overgestapt van het ‘staand’ volleybal en alles er tussen in. In de reguliere sport is dit natuurlijk ondenkbaar. Maar vanwege de dunne spoeling zijn de niveauverschillen tussen teamgenoten enorm wat het lastig maakt voor beginnelingen om mee te doen aan wedstrijden. De tegenstander pikt een onervaren groentje er zo tussenuit (want: iedereen kent iedereen in zo’n klein wereldje) en je kan verwachten dat de ene na de andere bal snoeihard om je oren wordt geslagen. Voordat de nieuweling ervaren genoeg is om ingezet te worden bij wedstrijden gaat er, afhankelijk van de leercurve, aanleg en balvaardigheid, enige tijd overeen. En dat terwijl ongeacht je niveau iedereen natuurlijk gewoon lekker wedstrijden wilt spelen.”

Het alternatief: Wedstrijden in toernooivorm voor de 1e en 2e divisie
Daarom biedt de Nevobo sinds dit seizoen een nieuwe mogelijkheid: maandelijkse wedstrijden in toernooivorm voor de 2e divisie (voorheen 2e klasse) en de 1e divisie. De 1e divisie is nieuw opgericht om het gat tussen de 2e divisie en ere-divisie te dichten. Teams kunnen zich per toernooi inschrijven en het is ook mogelijk voor individuele personen om zich aan te melden. Voorwaarde voor zowel teams als individuelen is wel dat men aangesloten is bij de Nevobo. Tot de mogelijkheden behoort ook de samenstelling van gelegenheidsteams, die eventueel bij tekort kunnen worden aangevuld met individuele sporters.

Maandelijks wordt het toernooi elke keer door een andere vereniging georganiseerd. De teams bepalen zelf aan welke toernooien ze deelnemen, maar per toernooi zijn rankingpunten te verdienen. De nummers 1 t/m 3 van een toernooi verdienen rankingpunten. Het team dat aan het eind van het seizoen de meeste rankingpunten heeft verdiend wint de competitie. Vaak meedoen betekent dus meer kans maken op de eindoverwinning. Teams schrijven zich in op het niveau dat past bij hun speelniveau. 2e divisie is recreatief, 1e divisie is meer competitief. Gelegenheidsteams verdienen geen rankingpunten.

Interesse als individuele deelnemer?
Om mee te mogen doen aan het toernooi moet je lid worden van de Nevobo of van een volleybalvereniging , maar komen kijken naar het toernooi kan natuurlijk altijd. Op zaterdag 29 november organiseert Allvo het eerste toernooi in de Waterwijksporthal, aanvang 13.00 uur. Ben je geïnteresseerd of heb je nog vragen kan je reageren naar zitvolleybal@nevobo.nl

Hoe meer teams, hoe leuker de competitie

Zaterdag 3 mei speelden de vier beste zitvolleybalteams van de eredivisie in Haarlem om het Nederlands Kampioenschap. Deze jaarlijkse happening markeert het einde van de competitie. Bert Oelen en Jan Meijer maken zich klaar voor het volgende seizoen, met drie divisies in 2014/2015. Wie zijn deze mannen achter de schermen? En waarom zetten ze – vrijwillig – hun tanden in de jaarlijkse puzzel van teams, zalen en scheidsrechters?

Jan en Bert

Wat doen jullie?

Bert:Ik organiseer de competitie van de vier noordelijke zitvolleybalteams uit de 2e divisie. Elke vereniging organiseert twee toernooien per jaar, zodat er gemiddeld eens per maand wedstrijden worden gespeeld. Het is dus goed te overzien: zij geven me de beschikbare zalen door en ik zorg voor de indeling van de teams op die dagen.’
Jan:Ik plan de wedstrijden in de eredivisie. Dit jaar speelden er negen teams mee, die ieder één keer uit en één keer thuis spelen. Dat is peanuts in vergelijking met de acht- tot negenduizend volleybalwedstrijden die ik jaarlijks voor de regio West inplan. Daar zitten honderden uren per jaar in. Maar na zesentwintig jaar competitieleiderschap beschik ik over een grote dosis ervaring.’

Bert

En is dit veel werk?

Jan: ‘Nee hoor, ik denk dat ik er in de zomermaanden zo’n drie dagen mee bezig ben. Ik moet vooral rekening houden met het aantal beschikbare scheidsrechters. Daardoor kan ik niet meer dan drie wedstrijden per zaterdag plannen. En ik besteed altijd wat extra uren om het zo optimaal mogelijk te krijgen voor de teams. Als ik zie dat een team vier keer achterelkaar uit moet spelen, ga ik toch schuiven en kijken of dat anders kan.’
Bert: ‘Voor mij is het nog minder werk. Als ik de beschikbaarheid van de zalen weet, kan ik de planning in een avond klaar hebben. Daarom vond ik het ook geen probleem om de wedstrijdplanning te doen voor de nieuwe 1e divisie. Deze divisie is in het leven geroepen, omdat er teams tussen wal en schip vielen: te licht voor de eredivisie, te zwaar voor de 2e divisie. Ook deze 1e divisie zal in toernooivorm spelen.’

Jullie klinken behoorlijk opgeruimd. Ik denk altijd dat het een ‘hondenbaan’ is, waarin je het nooit goed doet.

Bert: ‘Ik vind de spelers juist ontzettend hartelijk en dankbaar voor het werk dat je doet. Als ik al commentaar krijg, is het wanneer ik als scheidsrechter een wedstrijd fluit. Maar dat komt omdat de sporters zo fanatiek zijn. Na de wedstrijd is dat over en is het altijd gezellig.’
Jan:Commentaar op het wedstrijdschema hoort er ook gewoon bij. Maar vaak heb ik alle alternatieven al bekeken en zijn er binnen de grenzen van de beschikbare teams, zalen en scheidsrechters geen andere oplossingen mogelijk.’

1981-1982

Hoe zijn jullie in de zitvolleybalwereld beland?

Bert: ‘Ik ben er ingerold. In 1983 tijdens het WK zit- en staandvolleybal voor mindervaliden. Ik floot wedstrijden, zat bovendien in het bestuur van de NIS/Nebas/Nevobo en nam de planwerkzaamheden uiteindelijk over van een van onze bestuursleden.’
Jan: ‘Mijn eerste contact met het zitvolleybal was in 2000. Joze Banfi klopte bij onze vereniging Volleer aan met de vraag of GSVU zich bij ons kon aansluiten. Ik was destijds voorzitter en was meteen om. Het waren ontzettend hartelijke mensen. Dus toen Nevobo een paar jaar later vroeg of ik de competitie strakker wilde organiseren, heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Ik wilde hen graag iets teruggeven. De passie waarmee ze spelen, het enthousiasme om de sport verder te brengen…. Ik vind het prachtig om daaraan bij te dragen. Het leuke is overigens dat mijn zoon nationaal zitvolleybalscheidsrechter is geworden. Tijdens de Paralympics 2012 was hij de Nederlandse scheidsrechter.’
Bert: ‘En afgelopen jaar is hij terecht tot scheidsrechter van het jaar verkozen. De spelers zien hem graag komen.’

Jan

Hebben jullie nog wensen voor de toekomst?

Jan:Meer teams. Een bredere competitie. Het zou mooi zijn als we in elke divisie 12 teams hebben. 12 in de eredivisie, 12 in de 1e divisie en 12 in de 2e divisie. Dan heb je de kans om te promoveren en degraderen. Dat maakt het competitie-element een stuk spannender.’
Bert: ‘We hopen dat deze aangepaste divisiestructuur een nieuwe dynamiek geeft aan de sport.’
Jan: ‘Ik daag bij deze ook elke staande volleyballer uit eens een wedstrijdje zitvolleybal te spelen. En wees gewaarschuwd: vorig jaar speelde Volleer tegen VCV uit de eredivisie. VCV werd afgedroogd met 4-0.’

Ik heb de indruk dat de zitvolleyballers nog lang op jullie kunnen rekenen.
Jan: ‘Ik houd dit wel vol tot mijn honderdste.’
Bert: ‘Dingen die je leuk vindt om te doen, houd je lang vol. Ik ben in het weekend soms de hele dag op pad om een toernooi te fluiten. Dat is wel een dag in mijn weekend, maar die lach die dan door de sporthal klinkt… Ja, daar kan toch niks tegenop.’

Bekijk alle informatie over de zitvolleybal competities en een fotocolleage van het NK zitvolleybal 2014!