Begin gewoon!

Op maandagavond knallen, zweven en rollen de blauwgele ballen van VC Spaarnestad door de sporthal in Haarlem. Trainer Robin de Haan houdt tussen al zijn spelers het overzicht, coacht ze, fluit een wedstrijdje en speelt mee. Eerst anderhalf uur het team van de 2e divisie, daarna anderhalf uur het team van de 1e divisie. In totaal zo’n 21 spelers.

Gestart met 4

Het is niet altijd zo druk geweest in de zaal van Spaarnestad. Eind 2010 startte Robin met vier mensen een zitvolleybalteam. ‘Er was al een tijd geen zitvolleybalteam in Haarlem en ik wilde de sport weer nieuw leven inblazen. We begonnen op de eerste verdieping, in een klein gymzaaltje, zonder lift. Niet echt ideaal voor spelers met een handicap, maar je kunt wachten tot de situatie wel ideaal is of gewoon beginnen. Ik geloof in het laatste. Gewoon beginnen. Na anderhalf jaar waren we met twaalf man en werden we kampioen van de 2e klasse.’

spelerinaction

Fanatieke trainingen

In het afgelopen jaar groeide de groep tot 21 spelers en dus werd het tijd om er twee teams van te maken. Een recreatief team en een meer competitief team. Beide draaien dit seizoen mee in de competitie, respectievelijk in de 2e en de 1e divisie. Waar bij de 2e divisie het leren spelen en de gezelligheid voorop staan, gaat het er bij de 1e divisie fanatiek aan toe in de Haarlemse sporthal. Robin deelt spelers bewust in bij een oefening ‘aanvallen en verdedigen’, zodat ze van elkaar leren en elkaar uitdagen. De spelers zijn minstens zo fanatiek. Als een van hen een bal laat vliegen, brult een medespeler: ‘Je moet wel vechten voor die bal.’ Of: ‘Wie pakt ‘m?! Blijven praten! Blijven roepen!’. Na een halfuurtje training lopen de hoofden rood aan en staat het zweet op de voorhoofden. Tijd voor een korte pauze, met nieuwe tips en instructies.

Gemeleerd gezelschap

Fanatiek of niet, alle spelers zijn sociaal. De grappen vliegen over en weer, en tijdens de pauze maken ze een praatje en leggen ze uit waarom zij de sport beoefenen. De redenen zijn divers. Eén dame trainde voor de paralympics in Rio, maar moest haar zwemcarrière opgeven vanwege een blessure en koos voor zitvolleybal. Een andere dame heeft jaren gevolleybald, maar kan door knieproblemen niet meer staand spelen. Eén man heeft zijn prothese naast de bank liggen, terwijl de ander juist traint om sneller te bewegen mét benen. Het is een mooie mix: man en vrouw, jong en ouder, geblesseerd en niet geblesseerd, wel of geen prothese. Voor Robin is dat gemeleerde gezelschap belangrijk. ‘Het maakt zitvolleybal aantrekkelijker. Als je de sport wegzet als ‘gehandicaptensport’ wil niemand meer meedoen. Het is juist belangrijk om zo dicht mogelijk aan te kruipen tegen het reguliere volleybal. Dat heeft er bij ons voor gezorgd dat er ook ‘gewone volleyballers’ meedoen. Die doen zitvolleybal ernaast, omdat ze het gewoon een leuke sport vinden. Net als ik.’

trainer_robindehaan

Liefde voor de sport

Je moet de sport wel leren kennen, vindt Robin. ‘Voor mij was dat makkelijk. Ik speel al sinds mijn achtste volleybal, en zat als kind regelmatig op de tribune bij internationale zitvolleybaltoernooien waar mijn vader Jouke als bondscoach de mannen begeleidde. Dan zie je hoe mooi en intensief het spelletje is. Veel intensiever dan je zou denken. De afstanden zijn klein en je hebt weinig tijd om te bewegen, dus de balbaaninschatting is cruciaal. Als staande volleyballer heb je voordeel als je ook zitvolleybalt. Je kunt veel beter anticiperen op de bal. Dat enthousiasme probeer ik ook over te brengen bij de staande spelers in onze vereniging.’

Vooroordeel wegnemen

Niet iedereen is meteen om. ‘Pas als je het spel zelf speelt, ervaar je hoe leuk de sport is. Bij het jaarlijkse mixvolleybaltoernooi van Spaarnestad richten we daarom altijd een van de velden in als zitvolleybalveld. Elke speler belandt daardoor ook op dat veld. De eerste keer werd er gek naar gekeken, en sommigen weigerden zelfs mee te doen, tot ze merkten hoe uitdagend en leuk het spel was. Dan wordt de sport ineens een uitkomst voor spelers die vanwege een blessure niet meer staand kunnen volleyballen. Bij ons werkt deze aanpak goed. De mix van spelers maakt de sport aantrekkelijker voor spelers met een beperking. En we groeien nog steeds in aantal. Daardoor kunnen we tijdens trainingen regelmatig onderling een wedstrijdje spelen. Dat maakt de sport nog veel leuker.’

Robin_de_Haan

Tips van Robin:

» Begin gewoon. Wacht niet tot je 6 spelers hebt, maar ga lekker spelen en doe mee aan toernooien. Er zijn altijd wel teams die een of meerdere spelers willen uitlenen of je kunt je team uitbreiden met gelegenheidsspelers.
» Houd vol. Ga niet bij de pakken neerzitten als het even tegenzit of als je negatieve reacties krijgt van mensen die niet willen zien hoe leuk zitvolleybal is. Zorg dat je anderen enthousiasmeert en daardoor niet de enige bent die zitvolleybal promoot. Het heeft bij mij vier jaar geduurd om aan 21 spelers te komen, maar het is wel gelukt. Met dank aan een lange adem en het enthousiasme van mijn spelers.
» Integreer het team bij een reguliere volleybalvereniging. De drempel wordt daardoor voor iedereen lager: voor staande spelers en voor spelers met een beperking.

Hoe meer teams, hoe leuker de competitie

Zaterdag 3 mei speelden de vier beste zitvolleybalteams van de eredivisie in Haarlem om het Nederlands Kampioenschap. Deze jaarlijkse happening markeert het einde van de competitie. Bert Oelen en Jan Meijer maken zich klaar voor het volgende seizoen, met drie divisies in 2014/2015. Wie zijn deze mannen achter de schermen? En waarom zetten ze – vrijwillig – hun tanden in de jaarlijkse puzzel van teams, zalen en scheidsrechters?

Jan en Bert

Wat doen jullie?

Bert:Ik organiseer de competitie van de vier noordelijke zitvolleybalteams uit de 2e divisie. Elke vereniging organiseert twee toernooien per jaar, zodat er gemiddeld eens per maand wedstrijden worden gespeeld. Het is dus goed te overzien: zij geven me de beschikbare zalen door en ik zorg voor de indeling van de teams op die dagen.’
Jan:Ik plan de wedstrijden in de eredivisie. Dit jaar speelden er negen teams mee, die ieder één keer uit en één keer thuis spelen. Dat is peanuts in vergelijking met de acht- tot negenduizend volleybalwedstrijden die ik jaarlijks voor de regio West inplan. Daar zitten honderden uren per jaar in. Maar na zesentwintig jaar competitieleiderschap beschik ik over een grote dosis ervaring.’

Bert

En is dit veel werk?

Jan: ‘Nee hoor, ik denk dat ik er in de zomermaanden zo’n drie dagen mee bezig ben. Ik moet vooral rekening houden met het aantal beschikbare scheidsrechters. Daardoor kan ik niet meer dan drie wedstrijden per zaterdag plannen. En ik besteed altijd wat extra uren om het zo optimaal mogelijk te krijgen voor de teams. Als ik zie dat een team vier keer achterelkaar uit moet spelen, ga ik toch schuiven en kijken of dat anders kan.’
Bert: ‘Voor mij is het nog minder werk. Als ik de beschikbaarheid van de zalen weet, kan ik de planning in een avond klaar hebben. Daarom vond ik het ook geen probleem om de wedstrijdplanning te doen voor de nieuwe 1e divisie. Deze divisie is in het leven geroepen, omdat er teams tussen wal en schip vielen: te licht voor de eredivisie, te zwaar voor de 2e divisie. Ook deze 1e divisie zal in toernooivorm spelen.’

Jullie klinken behoorlijk opgeruimd. Ik denk altijd dat het een ‘hondenbaan’ is, waarin je het nooit goed doet.

Bert: ‘Ik vind de spelers juist ontzettend hartelijk en dankbaar voor het werk dat je doet. Als ik al commentaar krijg, is het wanneer ik als scheidsrechter een wedstrijd fluit. Maar dat komt omdat de sporters zo fanatiek zijn. Na de wedstrijd is dat over en is het altijd gezellig.’
Jan:Commentaar op het wedstrijdschema hoort er ook gewoon bij. Maar vaak heb ik alle alternatieven al bekeken en zijn er binnen de grenzen van de beschikbare teams, zalen en scheidsrechters geen andere oplossingen mogelijk.’

1981-1982

Hoe zijn jullie in de zitvolleybalwereld beland?

Bert: ‘Ik ben er ingerold. In 1983 tijdens het WK zit- en staandvolleybal voor mindervaliden. Ik floot wedstrijden, zat bovendien in het bestuur van de NIS/Nebas/Nevobo en nam de planwerkzaamheden uiteindelijk over van een van onze bestuursleden.’
Jan: ‘Mijn eerste contact met het zitvolleybal was in 2000. Joze Banfi klopte bij onze vereniging Volleer aan met de vraag of GSVU zich bij ons kon aansluiten. Ik was destijds voorzitter en was meteen om. Het waren ontzettend hartelijke mensen. Dus toen Nevobo een paar jaar later vroeg of ik de competitie strakker wilde organiseren, heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Ik wilde hen graag iets teruggeven. De passie waarmee ze spelen, het enthousiasme om de sport verder te brengen…. Ik vind het prachtig om daaraan bij te dragen. Het leuke is overigens dat mijn zoon nationaal zitvolleybalscheidsrechter is geworden. Tijdens de Paralympics 2012 was hij de Nederlandse scheidsrechter.’
Bert: ‘En afgelopen jaar is hij terecht tot scheidsrechter van het jaar verkozen. De spelers zien hem graag komen.’

Jan

Hebben jullie nog wensen voor de toekomst?

Jan:Meer teams. Een bredere competitie. Het zou mooi zijn als we in elke divisie 12 teams hebben. 12 in de eredivisie, 12 in de 1e divisie en 12 in de 2e divisie. Dan heb je de kans om te promoveren en degraderen. Dat maakt het competitie-element een stuk spannender.’
Bert: ‘We hopen dat deze aangepaste divisiestructuur een nieuwe dynamiek geeft aan de sport.’
Jan: ‘Ik daag bij deze ook elke staande volleyballer uit eens een wedstrijdje zitvolleybal te spelen. En wees gewaarschuwd: vorig jaar speelde Volleer tegen VCV uit de eredivisie. VCV werd afgedroogd met 4-0.’

Ik heb de indruk dat de zitvolleyballers nog lang op jullie kunnen rekenen.
Jan: ‘Ik houd dit wel vol tot mijn honderdste.’
Bert: ‘Dingen die je leuk vindt om te doen, houd je lang vol. Ik ben in het weekend soms de hele dag op pad om een toernooi te fluiten. Dat is wel een dag in mijn weekend, maar die lach die dan door de sporthal klinkt… Ja, daar kan toch niks tegenop.’

Bekijk alle informatie over de zitvolleybal competities en een fotocolleage van het NK zitvolleybal 2014!