Zitvolleybalteam BVC Holyoke genomineerd voor sportprijs Limburg

Stem op zitvolleybalteam Holyoke voor sportprijs Limburg

Het zitvolleybalteam van BVC Holyoke is genomineerd voor sportploeg van het jaar van de provincie Limburg. Het team krijgt de nominatie vanwege het landskampioenschap. Het is een jaarlijkse prijs voor de beste sporters van de provincie. Je kunt via de website van BVC Holyoke stemmen.Wel voor 15 december 2014!

De zitvolleyballers werden op zaterdag 3 mei van dit jaar landskampioen. Het team won  de play offs tijdens het NK. Het is voor de vierde keer dat de volleybalvereniging Nederlands Kampioen is. In 1988, 2010 en 2011 werd de prijs ook gewonnen. In de finale versloegen de zitvolleyballers in een spannende finale Volleer uit Leersum met 3-0 in sets van 26-24, 25-20 en 26-24.

Het kampioenschap is bijzonder. Het jonge team speelt samen met zitvolleyballers van Bayer Leverküsen. De beide clubs zijn een samenwerking aangegaan. Duitse internationals trainen en spelen mee in Belfeld onder de vlag van Holyoke in voorbereiding op de Paralympische spelen in 2016.

Op dit moment staat het team ook nog ongeslagen aan de leiding in de competitie. Het team liet slechts 2 sets liggen en heeft 8 punten voorsprongen op de nummer twee.

Nieuwe zitvolleybal competitie mogelijkheden

Op zaterdag 29 november organiseert volleybalvereniging Allvo het eerste toernooi in de Waterwijksporthal in Almere, aanvang 13.00 uur

Een spelersverhaal: Iedereen wilt gewoon lekker kunnen spelen
“Ik voelde deze prikkel al zo’n 15 jaar maar ondanks enkele pogingen vond ik nooit een sport die bij mij paste. Sinds mijn zestiende heb ik een beperking aan mijn linkerbeen waardoor veel reguliere sporten niet geschikt voor mij zijn. Een paar jaar geleden verhuisde ik naar Almere en kwam ik eindelijk een sport tegen waarvan ik dacht: hee, dat kàn ik! Althans… dat kan ik leren. Leren, ja. Want ik had nog nooit serieus een volleybal aangeraakt of ook maar ooit een balsport uitgeoefend. Die paar pogingen bij gymnastiek bijna twee decennia geleden tellen we maar even niet mee.

En dan stuiter je tegen een probleem die meer beginnende zitvolleyballers ervaren: je gaat als complete leek meetrainen in een team met enorme niveauverschillen: van internationale ervaring tot net overgestapt van het ‘staand’ volleybal en alles er tussen in. In de reguliere sport is dit natuurlijk ondenkbaar. Maar vanwege de dunne spoeling zijn de niveauverschillen tussen teamgenoten enorm wat het lastig maakt voor beginnelingen om mee te doen aan wedstrijden. De tegenstander pikt een onervaren groentje er zo tussenuit (want: iedereen kent iedereen in zo’n klein wereldje) en je kan verwachten dat de ene na de andere bal snoeihard om je oren wordt geslagen. Voordat de nieuweling ervaren genoeg is om ingezet te worden bij wedstrijden gaat er, afhankelijk van de leercurve, aanleg en balvaardigheid, enige tijd overeen. En dat terwijl ongeacht je niveau iedereen natuurlijk gewoon lekker wedstrijden wilt spelen.”

Het alternatief: Wedstrijden in toernooivorm voor de 1e en 2e divisie
Daarom biedt de Nevobo sinds dit seizoen een nieuwe mogelijkheid: maandelijkse wedstrijden in toernooivorm voor de 2e divisie (voorheen 2e klasse) en de 1e divisie. De 1e divisie is nieuw opgericht om het gat tussen de 2e divisie en ere-divisie te dichten. Teams kunnen zich per toernooi inschrijven en het is ook mogelijk voor individuele personen om zich aan te melden. Voorwaarde voor zowel teams als individuelen is wel dat men aangesloten is bij de Nevobo. Tot de mogelijkheden behoort ook de samenstelling van gelegenheidsteams, die eventueel bij tekort kunnen worden aangevuld met individuele sporters.

Maandelijks wordt het toernooi elke keer door een andere vereniging georganiseerd. De teams bepalen zelf aan welke toernooien ze deelnemen, maar per toernooi zijn rankingpunten te verdienen. De nummers 1 t/m 3 van een toernooi verdienen rankingpunten. Het team dat aan het eind van het seizoen de meeste rankingpunten heeft verdiend wint de competitie. Vaak meedoen betekent dus meer kans maken op de eindoverwinning. Teams schrijven zich in op het niveau dat past bij hun speelniveau. 2e divisie is recreatief, 1e divisie is meer competitief. Gelegenheidsteams verdienen geen rankingpunten.

Interesse als individuele deelnemer?
Om mee te mogen doen aan het toernooi moet je lid worden van de Nevobo of van een volleybalvereniging , maar komen kijken naar het toernooi kan natuurlijk altijd. Op zaterdag 29 november organiseert Allvo het eerste toernooi in de Waterwijksporthal, aanvang 13.00 uur. Ben je geïnteresseerd of heb je nog vragen kan je reageren naar zitvolleybal@nevobo.nl

Hoe meer teams, hoe leuker de competitie

Zaterdag 3 mei speelden de vier beste zitvolleybalteams van de eredivisie in Haarlem om het Nederlands Kampioenschap. Deze jaarlijkse happening markeert het einde van de competitie. Bert Oelen en Jan Meijer maken zich klaar voor het volgende seizoen, met drie divisies in 2014/2015. Wie zijn deze mannen achter de schermen? En waarom zetten ze – vrijwillig – hun tanden in de jaarlijkse puzzel van teams, zalen en scheidsrechters?

Jan en Bert

Wat doen jullie?

Bert:Ik organiseer de competitie van de vier noordelijke zitvolleybalteams uit de 2e divisie. Elke vereniging organiseert twee toernooien per jaar, zodat er gemiddeld eens per maand wedstrijden worden gespeeld. Het is dus goed te overzien: zij geven me de beschikbare zalen door en ik zorg voor de indeling van de teams op die dagen.’
Jan:Ik plan de wedstrijden in de eredivisie. Dit jaar speelden er negen teams mee, die ieder één keer uit en één keer thuis spelen. Dat is peanuts in vergelijking met de acht- tot negenduizend volleybalwedstrijden die ik jaarlijks voor de regio West inplan. Daar zitten honderden uren per jaar in. Maar na zesentwintig jaar competitieleiderschap beschik ik over een grote dosis ervaring.’

Bert

En is dit veel werk?

Jan: ‘Nee hoor, ik denk dat ik er in de zomermaanden zo’n drie dagen mee bezig ben. Ik moet vooral rekening houden met het aantal beschikbare scheidsrechters. Daardoor kan ik niet meer dan drie wedstrijden per zaterdag plannen. En ik besteed altijd wat extra uren om het zo optimaal mogelijk te krijgen voor de teams. Als ik zie dat een team vier keer achterelkaar uit moet spelen, ga ik toch schuiven en kijken of dat anders kan.’
Bert: ‘Voor mij is het nog minder werk. Als ik de beschikbaarheid van de zalen weet, kan ik de planning in een avond klaar hebben. Daarom vond ik het ook geen probleem om de wedstrijdplanning te doen voor de nieuwe 1e divisie. Deze divisie is in het leven geroepen, omdat er teams tussen wal en schip vielen: te licht voor de eredivisie, te zwaar voor de 2e divisie. Ook deze 1e divisie zal in toernooivorm spelen.’

Jullie klinken behoorlijk opgeruimd. Ik denk altijd dat het een ‘hondenbaan’ is, waarin je het nooit goed doet.

Bert: ‘Ik vind de spelers juist ontzettend hartelijk en dankbaar voor het werk dat je doet. Als ik al commentaar krijg, is het wanneer ik als scheidsrechter een wedstrijd fluit. Maar dat komt omdat de sporters zo fanatiek zijn. Na de wedstrijd is dat over en is het altijd gezellig.’
Jan:Commentaar op het wedstrijdschema hoort er ook gewoon bij. Maar vaak heb ik alle alternatieven al bekeken en zijn er binnen de grenzen van de beschikbare teams, zalen en scheidsrechters geen andere oplossingen mogelijk.’

1981-1982

Hoe zijn jullie in de zitvolleybalwereld beland?

Bert: ‘Ik ben er ingerold. In 1983 tijdens het WK zit- en staandvolleybal voor mindervaliden. Ik floot wedstrijden, zat bovendien in het bestuur van de NIS/Nebas/Nevobo en nam de planwerkzaamheden uiteindelijk over van een van onze bestuursleden.’
Jan: ‘Mijn eerste contact met het zitvolleybal was in 2000. Joze Banfi klopte bij onze vereniging Volleer aan met de vraag of GSVU zich bij ons kon aansluiten. Ik was destijds voorzitter en was meteen om. Het waren ontzettend hartelijke mensen. Dus toen Nevobo een paar jaar later vroeg of ik de competitie strakker wilde organiseren, heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Ik wilde hen graag iets teruggeven. De passie waarmee ze spelen, het enthousiasme om de sport verder te brengen…. Ik vind het prachtig om daaraan bij te dragen. Het leuke is overigens dat mijn zoon nationaal zitvolleybalscheidsrechter is geworden. Tijdens de Paralympics 2012 was hij de Nederlandse scheidsrechter.’
Bert: ‘En afgelopen jaar is hij terecht tot scheidsrechter van het jaar verkozen. De spelers zien hem graag komen.’

Jan

Hebben jullie nog wensen voor de toekomst?

Jan:Meer teams. Een bredere competitie. Het zou mooi zijn als we in elke divisie 12 teams hebben. 12 in de eredivisie, 12 in de 1e divisie en 12 in de 2e divisie. Dan heb je de kans om te promoveren en degraderen. Dat maakt het competitie-element een stuk spannender.’
Bert: ‘We hopen dat deze aangepaste divisiestructuur een nieuwe dynamiek geeft aan de sport.’
Jan: ‘Ik daag bij deze ook elke staande volleyballer uit eens een wedstrijdje zitvolleybal te spelen. En wees gewaarschuwd: vorig jaar speelde Volleer tegen VCV uit de eredivisie. VCV werd afgedroogd met 4-0.’

Ik heb de indruk dat de zitvolleyballers nog lang op jullie kunnen rekenen.
Jan: ‘Ik houd dit wel vol tot mijn honderdste.’
Bert: ‘Dingen die je leuk vindt om te doen, houd je lang vol. Ik ben in het weekend soms de hele dag op pad om een toernooi te fluiten. Dat is wel een dag in mijn weekend, maar die lach die dan door de sporthal klinkt… Ja, daar kan toch niks tegenop.’

Bekijk alle informatie over de zitvolleybal competities en een fotocolleage van het NK zitvolleybal 2014!

Chaïne Staelens als zitvolleybalster naar WK Zitvolleybal Elblag, Polen

Radio interview Chaine Staelens

 

 

 

 

Ex-international Chaïne Staelens maakt deel uit van de nationale zitvolleybalselectie, die in juni actief is op het WK Zitvolleybal in Polen.
Staelens, die 365 interlands speelde voor Oranje, zette in juli 2013 wegens aanhoudende knieproblemen een punt achter haar loopbaan als volleybalster.

Of de 33-jarige Staelens ook daadwerkelijk in actie komt in het Poolse Elblag is nog niet zeker. De geboren Belgische moet nog een grijze status toegewezen krijgen. In het internationale zitvolleybal worden de speelsters vooraf gekeurd en gerangschikt in drie gradaties; wit, grijs en zwart. Wit betekent dat je niet beperkt bent, bij grijs ben je minimaal beperkt en zwart is volledig beperkt. Per wedstrijd mogen er maximaal twee grijze speelsters in het team zijn; één in het veld en één op de bank.
De verwachting is dat Staelens in Polen als ‘grijs’ wordt aangemerkt, gezien haar knieproblemen door kraakbeenschade.

Chaïne Staelens draait al enige tijd volledig mee met het programma van bondscoach Pim Scherpenzeel. Op 8 mei vertrekt het team naar Moskou voor een internationaal toernooi, waar oefenwedstrijden met Rusland, Finland, Brazilië en Oekraïne op het programma staan.

Chaïne Staelens vertelt haar verhaal bij NOS radio

Het WK Zitvolleybal is van zondag 15 juni t/m zaterdag 21 juni 2014 in Elblag, Polen.

Dirk Kuyt Foundation trotse partner NK Zitvolleybal

Op zaterdag 3 mei vindt in Haarlem de eindstrijd van het Nederlands Kampioenschap Zitvolleybal plaats.

Op die dag spelen de vier beste zitvolleybalteams van de Eredivisie om het Nederlands Kampioenschap. Het NK Zitvolleybal heeft dit jaar een nieuwe partner: de Dirk Kuyt Foundation.
Dit jaar kan de Nevobo trots melden dat de Dirk Kuyt Foundation partner geworden is van het NK zitvolleybal 2014.

De Dirk Kuyt Foundation heeft zich als partner aan het NK zitvolleybal verbonden met de ambitie om de volleybalsport verder te verankeren in de maatschappij. Sport and fun is for everyone! De Dirk Kuyt Foundation volgt het voorbeeld van de Johan Cruyff Foundation, dat zich reeds in 2013 verbond aan het zitvolleybal.

Het team van Volleer uit Leersum verdedigt de landstitel tegen Alterno (Apeldoorn), Apollo (Mill) en Holyoke (Belfeld). De Haarlemse volleybalvereniging VC Spaarnestad, die ook een zitvolleybaltak heeft, is dit keer de gastheer van het NK. Het toernooi wordt gespeeld in de Beyneshal, Stationsplein 134 in Haarlem (tegenover NS-station Haarlem).

De toegang tot het NK Zitvolleybal is gratis. Het niveau van de deelnemende teams is zeer hoog en er zijn veel internationals die acte de présence geven. Het belooft dus net als voorgaande jaren een spectaculair toernooi te worden. Dit is een unieke kans om in Haarlem zitvolleybal op topniveau te zien!

Programma zaterdag 3 mei:
10.00 uur – opening
11.00 uur – kruisfinales
13.00 uur – VC Spaarnestad – VC Olympia Panningen (officieuze finale 2e klasse zitvolleybal)
15.00 uur – wedstrijd om 3e en 4e plaats
17.00 uur – finale
Ca. 19.00 uur – prijsuitreiking

12 spelers, dat lijkt me een mooi doel!

Ze hadden nog nooit van zitvolleybal gehoord. Tot hun fysiotherapeut in de zomer van 2011 over deze sport vertelde. Kunie Verwoert en Geri van Eldik zagen los van elkaar het Nederlandse team spelen, trainden twee keer mee en waren verkocht. Geri: ‘Eindelijk een sport waarin ik mijn energie kwijt kan.’ Hun enthousiasme leidde tot een eigen team bij Olympia Ochten. Dit jaar gaan ze voor een bredere basis, met meer spelers. Wat is hun aanvalsplan?

Vertel, hoe zijn jullie begonnen?

Geri: ‘Ik sport graag, maar na zwemmen en fitness, had ik zin in een teamsport. Mijn fysiotherapeute dacht – door mijn fanatisme – aan zitvolleybal. En ze kreeg gelijk, na een paar trainingen in Papendal was ik om.’

Olympia Ochten

Wat is er zo leuk aan zitvolleybal?

Geri: ‘Ik vind de dynamiek van de sport heerlijk. Het spel gaat ontzettend snel, je moet op elkaar inspelen, tactisch kijken, conditie hebben. Ik krijg er energie van!’

Kunie: ‘Ik vind het een mooie, nieuwe vorm van balspel en teamsport.’

Is het voor jullie prettig dat het een sport is waar jullie handicap geen rol speelt?

Kunie: ‘Dat vind ik zo’n onzin, dat vond ik altijd al! In mijn leven heb ik allerlei sporten gespeeld; korfbal, zaalvoetbal… Dat kan ook prima met prothese. Tot dat ik wat ouder werd, en mijn lijf het niet zo fijn vond. Zitvolleybal is een heerlijke sport die ik kan doen zonder mijn lijf te plagen. En toevallig doe ik deze sport zonder prothese. Dat hoeft niet, en achteruit ga ik zelfs sneller mét prothese, maar ik ben vooral flexibeler zonder.’

Geri: ‘Toevallig hebben Kunie en ik beiden een beenprothese. Maar we hebben in ons team ook spelers die door een knieblessure niet meer staand kunnen sporten. Het is frustrerend dat zitvolleybal het imago heeft dat je het alleen kunt spelen als je een handicap hebt. Het blijft daardoor veel te onbekend.’

Olympia Ochten

Jullie hebben de sport zelf ook pas laat ontdekt.

Geri: ‘Precies. Daarom zijn we zo gedreven en hebben we meteen in 2011 de eerste stappen gezet om een eigen team in de Betuwe op te richten.’

Kunie: ‘We dachten: als het ons zo aanspreekt, zijn er ongetwijfeld ook anderen die deze sport leuk vinden. Dus zijn we het avontuur aangegaan.

We hebben de sportvereniging in onze omgeving afgelopen en Olympia Ochten was laaiend enthousiast. We konden ons meteen bij hen aansluiten.’

Geri: ‘Ook de Gelderse sportfederatie was enthousiast en hielp ons bijvoorbeeld met publiciteit rond de Nederlandse Sportweek 2012, om onze eerste teamleden te werven. We schreven fysiotherapeuten aan, benaderden de pers, en organiseerden een clinic met de bondscoach en twee spelers van het Nationale team.’

Kunie: ‘De opkomst was fantastisch. De tribunes zaten vol, we speelden met drie velden tegelijk en de kranten schreven erover. Bij de eerste training hadden we meteen 12 mensen.’

Team Olympia Ochten - Kunie en Gerie vooraan!

En hoe groot is jullie team nu?

Geri: ‘Het aantal is geleidelijk teruggelopen naar 7, en nu is het tijdelijk 4. Sommigen vinden de sport toch te zwaar of kregen ook zittend last van hun blessure. Dat is jammer, ook voor onze trainer, een fantastische oud-sportleraar en volleybaltrainer. Je hebt wel wat mensen nodig om samen oefeningen te kunnen doen.’

Kunie: ‘Ik kan deze periode bijvoorbeeld tijdelijk niet trainen, omdat ik voor mijn werk avonddiensten overneem van een zieke collega. Dat heeft meteen invloed op het team.’

Geri: ‘We hebben een bredere basis nodig.’

Kunie: ‘Dus gaan we er weer nieuw leven inblazen, net als in 2012 en 2013. Zo werkt het toch: als je er aandacht aan besteedt, trekt het aan.’

Hoe werven jullie nieuwe leden?

Geri: ‘Het organiseren van clinics werkt heel goed. In 2012 hadden we een superopkomst en ook in 2013 hebben we daar spelers aan overgehouden. Voor de Nederlandse Sportweek – in april – hebben we weer plannen voor een clinic. En daarnaast: communiceren, communiceren, communiceren. Ik twitter (@gerivaneldik) en schrijf regelmatig enthousiaste berichten voor de krant, bijvoorbeeld over de recente landelijke vrouwendag in maart 2014. Ook Kunie is te vinden op Twitter: @kunzap.’

Kunie: ‘Netwerken is ook belangrijk. Flyers uitdelen bij fysiotherapeuten en regionale sportverenigingen. En als ik bijvoorbeeld een volleyballer hoor praten over een knieblessure, nodig ik hem of haar uit om eens bij ons te komen trainen. Anders leren ze de sport nooit kennen. En wat ik nu ter plekke bedenk: het revalidatiecentrum moeten we ook eens informeren.’

Team Olympia Ochten

Hoe ‘verkopen’ jullie zitvolleybal aan anderen?

Geri: ‘Ik vertel altijd over de dynamiek van de sport. Het geeft mij ontzettend veel energie.’

Kunie: ‘En de gezelligheid van teamsport…’

Geri: ‘Het is bovendien te overzien. Wij trainen 1x in de week, hebben 1x in de maand een wedstrijd in de buurt en 4 toernooien per jaar. Voor mij is dat meer dan genoeg. Ik heb twee banen, een eigen huis, twee kinderen en een druk sociaal leven. Op deze manier is het een perfecte aanvulling.’

Kunie: ‘Wat ik ook merk is dat het gezien wordt als een vernieuwende sport. Dat wordt opgepikt door de pers.’

Geri: ‘Vorig jaar wonnen we hiermee zelfs de sportpromotieprijs van Neder-Betuwe. Een topzeiler en een wielrenner wonnen de individuele prijzen, wij waren de meest inspirerende ploeg van de regio.’

Kunie: ‘Daar zouden we nog wel iets mee kunnen doen, trouwens. Het is een mooie titel, ook om daarmee bij sponsors aan te kloppen.’

Wat is het doel? Acht spelers?

Geri: ‘Nee, minimaal 12. Dat lijkt me een mooi aantal. Met zoveel spelers begonnen we ook bij onze eerste training.’

Kunie: ‘Dat klinkt goed. Twaalf gesponsorde shirts.’

Geri: ‘Daar gaan we gewoon voor. Voor ons was het een ontdekking dat deze sport bestaat. Het zou mooi zijn als we meer mensen weten te bereiken. Zitvolleybal is veel te leuk om te missen.’

 

Wie jij als persoon bent, staat voorop. Niet je handicap.

In de maand van de liefde zet de redactie de schijnwerpers op een prachtig liefdespaar dat elkaar via zitvolleybal leerde kennen: René van der Slot en Aletta Slagter. Jarenlang speelden ze in de nationale teams. Hij als aanvaller/mid bij de heren, zij als spelverdeler bij de dames. In 2007 sloeg de vonk over. Hoe hebben ze elkaar leren kennen? In Sneek schuiven we aan tafel voor een interview over de liefde, doorzettingsvermogen, tegenslagen en leren genieten.

Het waren vooral anderen die zagen dat Aletta en René goed bij elkaar pasten. ‘Al in 2006 zeiden mensen uit de zitvolleybalwereld tegen me: “Is René geen leuke vent voor jou?” Maar ik kwam net uit een huwelijk van 25 jaar, mijn hoofd stond totaal niet naar een relatie. We vonden elkaar wel leuk, gingen soms samen naar een concert, aten samen, bespraken veel.’ Na een dag klussen aan het houten huis van René, was het uiteindelijk een buurman die hen bij elkaar bracht. “Nou heb ik jullie toch de hele dag aangehoord en bekeken”, zei hij. “Leg die verfkwast nou maar neer, pak en glas wijn, en heb ’t er eens over.”

Gezin Aletta & Rene

Twee gezinnen

De kinderen gaven de doorslag voor een echte relatie. Olivier (13) en Rosalie (17) van René en Luuk (18) en Anne (24) van Aletta vroegen over en weer naar elkaar. ‘In 2008 gingen we voor het eerst met z’n allen op vakantie, en in mei 2011 hebben we samen dit huis gekocht.’ Aletta vindt het nog steeds uniek en wonderbaarlijk dat het tussen de kinderen zo goed klikt. ‘Je kunt geluk niet afdwingen. En het is natuurlijk fijn om een maatje te hebben, maar het is nog leuker als je zielsveel van iemand kunt gaan houden.’

Fysieke tegenslagen

Het was niet allemaal rozengeur en maneschijn in de liefdesjaren. Aletta en René ondergingen beiden een aantal operaties. Dochter Anne die net als Aletta hypermobiel is, raakte tijdens een zitvolleybal wedstrijd fors geblesseerd aan haar schouder. En in september 2012 kregen ze de schrik van hun leven toen René na een intensieve training blauw aanliep en omviel. Pas na maanden ontdekten ze dat zijn hartklep niet goed functioneerde, en werd hij geopereerd. ‘Mooi nieuws, zou je denken, maar ik herstelde frustrerend langzaam. Als ik een rondje ging handbiken, keek ik alleen maar naar mijn klokje. Ik ging geen minuut sneller. Dat was confronterend.’

Tour de Eiffel a Paris

Leren genieten

De lat lag altijd hoog bij René. ‘Op mijn 15e, kreeg ik botkanker en is mijn rechterbovenbeen geamputeerd. Ik was vooral blij dat ik nog leefde en liet me nergens door tegenhouden. Zwemmen, skiën, waterbasketbal. Ik deed alles. Op hoog niveau. Ook voor mijn werk reisde ik de hele wereld over. En na die hartoperatie lukte het niet om sneller, beter te worden.’ Aletta: ‘Je dacht dat je hier net zo makkelijk overheen kon walsen als over je botkanker en je scheiding.’ René: ‘Dat ging dus niet. Ik moest leren genieten, vond de arts. Van het buiten zijn, van mijn familie, van niks doen, van de Friese wolken…’

Paralympics Athene

Jaren op topniveau

‘Als je lang op topniveau hebt gespeeld, is dat best moeilijk’, vertelt Aletta. ‘Je leert namelijk als de beste doorzetten, omgaan met tegenslagen, niet piepen. ‘Een tandje lager hoort daar niet bij, anders kun je ook nooit het niveau halen waarop wij speelden.’ Aletta en René leefden jaren voor de sport. Trainingen, wedstrijden, zitvolleybal ging altijd voor. Aletta: ‘Dat heeft mij en mijn kinderen ook veel gebracht. Zij gingen vaak mee naar internationale toernooien en zijn door hun hypermobiliteit ook gaan zitvolleyballen. Ook mijn baan in het onderwijs heb ik aan de sport te danken. Toen ik ging solliciteren, zeiden ze: “We hoeven je niet te vragen of je hard kunt werken en kunt doorzetten.” René merkte hetzelfde. Na zijn herstel had hij snel weer een nieuwe baan. ‘Je moet in deze dynamische sport tegen een stootje kunnen, de ander snel doorzien, iemand op waarde schatten los van uiterlijkheden. Wie jij als persoon bent, staat voorop. Niet je handicap.’

Enjoy

Tandje lager

Aletta stopte in 2005 met het nationale damesteam, een jaar na de zilveren medaille op de Paralympics in Athene. René viel in 2011 nog in tijdens een EK, maar doet het nu ook rustiger aan. Beiden spelen in competitieverband bij FDS. ‘In een wedstrijd ben ik nog net zo fanatiek als vroeger’, vertelt Aletta. ‘Je wilt gewoon winnen. Maar ons leven draait niet meer alleen om de sport, zoals destijds.’ René: ‘Het bijzondere is dat juist mijn hartoperatie, en misschien ook wel het plotselinge overlijden van Kees en Joze uit onze sportwereld, me deed beseffen dat ik niet altijd hoef te presteren. Ook niet als anderen vinden dat ik dat wel zou moeten doen. Zo zeil ik bijvoorbeeld sinds een paar jaar in een 2.4. Ze vroegen of ik kwam wedstrijdzeilen, maar ik doe het niet. Ik wil zeilen voor de lol. Alleen of samen met ons gezin, familie of vrienden die komen aanwaaien. Wat is er nou mooier dan met elkaar over de Friese meren te varen en te genieten van het samenzijn?’

Love is in the air?

Elke maand een inspirerend verhaal over een zitvolleyballer of supporter van zitvolleybal. Wat zijn de verhalen van deze persoon of personen binnen en buiten het veld!

Het verhaal van februari staat in het teken van de liefde en Valentijn is natuurlijk de dag om dit te vieren, uiten en/of bezegelen!
Benieuwd naar het interview van februari schrijf je dan in op de nieuwsbrief!

Wil je alvast iets bestellen voor je geliefde bestel dan VIA onze site en sponsor de sport Zitvolleybal. Meer informatie staat op de virtuele collectebus pagina!

Hoe verras jij je Valentijnsliefde dit jaar?

Check de site valentijngifts of een bloemetje natuurlijk!

Topbloemen.nl

Kijk naar wat je wél kunt!

‘Kan ik niet’, stond niet in het woordenboek van Joze Banfi. Als je iets niet probeert, weet je nooit of je het überhaupt kunt en leuk vindt. Alles wat de ‘Johan Cruijff van het zitvolleybal’ deed, deed hij met 200% inzet en overgave. Hij speelde meerdere sporten, won dozen vol medailles en reisde over de hele wereld als speler en bondscoach. Afgelopen zomer overleed hij veel te jong aan een hartaanval. Zijn vrouw Jeannette en zijn drie zoons Marko (24), Thomas (20) en Sven (20) vertellen met veel humor, liefde en nuchterheid over Joze, en wat zitvolleybal voor hem betekende.

Medisch wonder

Het is nog maar vijf maanden geleden dat Joze onverwacht op 58-jarige leeftijd overleed. Het is zwaar zonder Joze. Afzien, vinden Jeannette en de jongens, maar ze leren ermee leven. ‘Het is een wonder dat hij zo oud is geworden’, legt Marko rustig uit. ‘Na de eerste hartaanval, die hij op dinsdag 30 juli kreeg, hebben ze hem natuurlijk onderzocht. Daaruit bleek dat hij maar één kransslagader had. Een medisch wonder, vonden de artsen. Joze was er zelf nuchter onder, we maakten er die vrijdag nog grapjes over via skype. Maar helaas kreeg hij zaterdag 3 augustus nog een hartaanval, die hij niet overleefde. Voor ons is het een troost dat hij alles uit het leven heeft gehaald. Hij was een passionele levensgenieter.’

Jeannette & Joze

Geliefd in de hele wereld

Het gezin Banfi kreeg rouwbetuigingen uit de hele wereld. ‘We wisten natuurlijk dat Joze geliefd was, maar in de héle wereld…… We lazen reacties uit Kenia, Cuba, Columbia, er kwam zelfs een zitvolleyballer uit Engeland overgevlogen voor de begrafenis’, vertelt Jeannette. ‘Dat besef was wel bijzonder. Voor ons was het normaal geworden dat hij ‘even’ een clinic in Kenia ging geven. Net zo normaal als de sportles die hij elke woensdag gaf op de mytylschool of de praktische hulp die hij bood aan een man in een revalidatiecentrum. Hij gaf hem tips hoe hij op een stoel kon klimmen, kon leren lopen, zijn evenwicht kon bewaren. Joze was er gewoon altijd voor anderen.’ Thomas voegt toe: ‘En hij was bescheiden. Hij deelde wel zijn ervaringen, maar het ging nooit over ‘ik’ of ‘dankzij mij’.’

beker

Fanatiek in de sport

Hoe was het voor Jeannette en de jongens dat Joze zo intensief bezig was met de zitvolleybal wereld? ‘We weten eigenlijk niet beter. Sport was zijn leven. Hij blonk ook uit in elke sport.’ Dankzij de speciale school in Kamnik, denken de jongens. ‘Als kind raakte hij zijn benen kwijt toen hij onder een landbouwmachine kwam bij een bedrijf in Trzin, waar zijn ouders werkten. Door zijn handicap ging hij naar die speciale school, waar ook sportleraar Rajko actief was. Kan ik niet, bestond daar niet. Iedereen leerde kijken naar wat hij wel kon. En voor Joze was dat sport.’ In twee sporten haalde hij Paraympisch niveau. Eerst met zwemmen en later met zitvolleybal, als speler en als bondscoach van het dames zitvolleybal team (zilver in Athene 2004). ‘Alles won hij. Ook van ons in de zomervakanties’, herinnert Jeannette zich lachend. ‘Hij was enorm fanatiek. Als we van Joze wilden winnen met bijvoorbeeld badminton, sloegen we de shuttle zo kort mogelijk over het net, want rennen kon hij niet!

Joze_simone_marko

Familie op nr. 1

Simone, de vriendin van Marko voegt toe: ‘Maar uiteindelijk stond de familie altijd op één. Niet de sport.’ Jeannette knikt. ‘Hij was er altijd voor de jongens. Ik werkte, hij sportte en zorgde voor ze, bracht ze naar school, haalde ze weer op. Dat was ook weleens spannend, toen de tweeling nog jong was. Hij was bang dat ze toch ineens zouden oversteken. Maar ze hielden altijd netjes ieder één vinger vast; de rest van zijn hand had hij nodig voor zijn krukken. Later ging hij, voor zover het lukte met zijn eigen wedstrijden, altijd naar het voetbal van de jongens kijken. En in de zomer gingen we elk jaar naar de familie in Slovenië.’

Jozeenzonen

Gewoon doen

De jongens hebben veel van Joze geleerd. ‘Eerlijk zijn, interesse hebben in anderen, mensen gelijk behandelen, niet meteen met je oordeel klaarstaan, bescheiden zijn…’, sommen ze op. ‘En je kansen grijpen’, noemt Sven tot slot. ‘Gewoon doen. Ik was bijvoorbeeld afgelopen zomer gevraagd om anderhalve maand voetbaltraining te geven op een aantal kinderkampen in Amerika. Ik twijfelde. Zo goed is mijn Engels niet. Maar mijn vader zei: “Doe het gewoon. Als je het niet probeert, weet je ook niet hoe het is. Het kan tegenvallen, maar het kan ook heel leuk zijn.” Ik heb het er waanzinnig naar mijn zin gehad.’ Als Jeannette en de jongens de lezers al iets willen meegeven, is het: haal alles uit je leven, ongeacht je handicap, en – dat vond Joze ook belangrijk – geef anderen ook een kans. De sport heeft hem veel gebracht, daar wilde hij iets voor terugdoen. Voor wie dan ook.’