12 spelers, dat lijkt me een mooi doel!

Ze hadden nog nooit van zitvolleybal gehoord. Tot hun fysiotherapeut in de zomer van 2011 over deze sport vertelde. Kunie Verwoert en Geri van Eldik zagen los van elkaar het Nederlandse team spelen, trainden twee keer mee en waren verkocht. Geri: ‘Eindelijk een sport waarin ik mijn energie kwijt kan.’ Hun enthousiasme leidde tot een eigen team bij Olympia Ochten. Dit jaar gaan ze voor een bredere basis, met meer spelers. Wat is hun aanvalsplan?

Vertel, hoe zijn jullie begonnen?

Geri: ‘Ik sport graag, maar na zwemmen en fitness, had ik zin in een teamsport. Mijn fysiotherapeute dacht – door mijn fanatisme – aan zitvolleybal. En ze kreeg gelijk, na een paar trainingen in Papendal was ik om.’

Olympia Ochten

Wat is er zo leuk aan zitvolleybal?

Geri: ‘Ik vind de dynamiek van de sport heerlijk. Het spel gaat ontzettend snel, je moet op elkaar inspelen, tactisch kijken, conditie hebben. Ik krijg er energie van!’

Kunie: ‘Ik vind het een mooie, nieuwe vorm van balspel en teamsport.’

Is het voor jullie prettig dat het een sport is waar jullie handicap geen rol speelt?

Kunie: ‘Dat vind ik zo’n onzin, dat vond ik altijd al! In mijn leven heb ik allerlei sporten gespeeld; korfbal, zaalvoetbal… Dat kan ook prima met prothese. Tot dat ik wat ouder werd, en mijn lijf het niet zo fijn vond. Zitvolleybal is een heerlijke sport die ik kan doen zonder mijn lijf te plagen. En toevallig doe ik deze sport zonder prothese. Dat hoeft niet, en achteruit ga ik zelfs sneller mét prothese, maar ik ben vooral flexibeler zonder.’

Geri: ‘Toevallig hebben Kunie en ik beiden een beenprothese. Maar we hebben in ons team ook spelers die door een knieblessure niet meer staand kunnen sporten. Het is frustrerend dat zitvolleybal het imago heeft dat je het alleen kunt spelen als je een handicap hebt. Het blijft daardoor veel te onbekend.’

Olympia Ochten

Jullie hebben de sport zelf ook pas laat ontdekt.

Geri: ‘Precies. Daarom zijn we zo gedreven en hebben we meteen in 2011 de eerste stappen gezet om een eigen team in de Betuwe op te richten.’

Kunie: ‘We dachten: als het ons zo aanspreekt, zijn er ongetwijfeld ook anderen die deze sport leuk vinden. Dus zijn we het avontuur aangegaan.

We hebben de sportvereniging in onze omgeving afgelopen en Olympia Ochten was laaiend enthousiast. We konden ons meteen bij hen aansluiten.’

Geri: ‘Ook de Gelderse sportfederatie was enthousiast en hielp ons bijvoorbeeld met publiciteit rond de Nederlandse Sportweek 2012, om onze eerste teamleden te werven. We schreven fysiotherapeuten aan, benaderden de pers, en organiseerden een clinic met de bondscoach en twee spelers van het Nationale team.’

Kunie: ‘De opkomst was fantastisch. De tribunes zaten vol, we speelden met drie velden tegelijk en de kranten schreven erover. Bij de eerste training hadden we meteen 12 mensen.’

Team Olympia Ochten - Kunie en Gerie vooraan!

En hoe groot is jullie team nu?

Geri: ‘Het aantal is geleidelijk teruggelopen naar 7, en nu is het tijdelijk 4. Sommigen vinden de sport toch te zwaar of kregen ook zittend last van hun blessure. Dat is jammer, ook voor onze trainer, een fantastische oud-sportleraar en volleybaltrainer. Je hebt wel wat mensen nodig om samen oefeningen te kunnen doen.’

Kunie: ‘Ik kan deze periode bijvoorbeeld tijdelijk niet trainen, omdat ik voor mijn werk avonddiensten overneem van een zieke collega. Dat heeft meteen invloed op het team.’

Geri: ‘We hebben een bredere basis nodig.’

Kunie: ‘Dus gaan we er weer nieuw leven inblazen, net als in 2012 en 2013. Zo werkt het toch: als je er aandacht aan besteedt, trekt het aan.’

Hoe werven jullie nieuwe leden?

Geri: ‘Het organiseren van clinics werkt heel goed. In 2012 hadden we een superopkomst en ook in 2013 hebben we daar spelers aan overgehouden. Voor de Nederlandse Sportweek – in april – hebben we weer plannen voor een clinic. En daarnaast: communiceren, communiceren, communiceren. Ik twitter (@gerivaneldik) en schrijf regelmatig enthousiaste berichten voor de krant, bijvoorbeeld over de recente landelijke vrouwendag in maart 2014. Ook Kunie is te vinden op Twitter: @kunzap.’

Kunie: ‘Netwerken is ook belangrijk. Flyers uitdelen bij fysiotherapeuten en regionale sportverenigingen. En als ik bijvoorbeeld een volleyballer hoor praten over een knieblessure, nodig ik hem of haar uit om eens bij ons te komen trainen. Anders leren ze de sport nooit kennen. En wat ik nu ter plekke bedenk: het revalidatiecentrum moeten we ook eens informeren.’

Team Olympia Ochten

Hoe ‘verkopen’ jullie zitvolleybal aan anderen?

Geri: ‘Ik vertel altijd over de dynamiek van de sport. Het geeft mij ontzettend veel energie.’

Kunie: ‘En de gezelligheid van teamsport…’

Geri: ‘Het is bovendien te overzien. Wij trainen 1x in de week, hebben 1x in de maand een wedstrijd in de buurt en 4 toernooien per jaar. Voor mij is dat meer dan genoeg. Ik heb twee banen, een eigen huis, twee kinderen en een druk sociaal leven. Op deze manier is het een perfecte aanvulling.’

Kunie: ‘Wat ik ook merk is dat het gezien wordt als een vernieuwende sport. Dat wordt opgepikt door de pers.’

Geri: ‘Vorig jaar wonnen we hiermee zelfs de sportpromotieprijs van Neder-Betuwe. Een topzeiler en een wielrenner wonnen de individuele prijzen, wij waren de meest inspirerende ploeg van de regio.’

Kunie: ‘Daar zouden we nog wel iets mee kunnen doen, trouwens. Het is een mooie titel, ook om daarmee bij sponsors aan te kloppen.’

Wat is het doel? Acht spelers?

Geri: ‘Nee, minimaal 12. Dat lijkt me een mooi aantal. Met zoveel spelers begonnen we ook bij onze eerste training.’

Kunie: ‘Dat klinkt goed. Twaalf gesponsorde shirts.’

Geri: ‘Daar gaan we gewoon voor. Voor ons was het een ontdekking dat deze sport bestaat. Het zou mooi zijn als we meer mensen weten te bereiken. Zitvolleybal is veel te leuk om te missen.’